Pedagogisch beleid


Inleiding

Dit pedagogisch beleidsplan dient een aantal doelen.
Intern is het voor onszelf de leidraad voor de gehele opvang. Het geeft weer vanuit welke waarden en normen wij verzorgen en opvoeden. Het is de toetssteen voor ons dagelijks handelen.
De vertaling voor de verschillende leeftijds- of ontwikkelingsniveaus, naar het dagelijks handelen in het primair proces en de praktische uitwerking, wordt beschreven in de verschillende hoofdstukken in een pedagogisch werkplan. Hierin zijn ook het vijftal middelen zoals beschreven in de wet kinderopvang (leiding-kind relatie, de fysieke omgeving, de groep, het activiteitenaanbod en het spelmateriaal), die ingezet worden om de geboden kwaliteit te bereiken, verwerkt.
Extern is het ons visitekaartje naar zowel (toekomstige) ouders als naar anderen toe, waarin wij onze pedagogische standpunten uiteen zetten.

Voordat we beginnen met het beschrijven van ons beleid, willen wij eerst uiteenzetten hoe wij denken over kinderen, hun ontwikkeling, opvoeding en de manier waarop zij leren. Daarna beschrijven wij ons pedagogisch doel. Een aantal uitgangspunten en de basis voor ons handelen worden daarna verder uitgewerkt.
De pedagogisch werkplannen vormen aparte hoofdstukken in het kwaliteitshandboek (4.2.1.1 en 4.2.1.2).

 

Onze visie op kinderen, hun ontwikkeling, opvoeding en de manier waarop zij leren

Een kind komt ter wereld met een zekere bagage aan erfelijk bepaalde eigenschappen en mogelijkheden.
Invloeden uit zijn omgeving en de ervaringen die hij opdoet, zullen mede bepalend zijn voor de volwassene, die er uit dit speciale kind zal groeien.
Een kind legt in zijn eerste levensjaren de basis voor zijn verdere ontwikkeling.
Kinderen hebben van nature de drang om zich te ontwikkelen, te ontplooien en te groeien. Ieder kind doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo.
Er valt een onderscheidt te maken in datgene dat een kind nu zelfstandig kan bereiken [het actuele ontwikkelingsniveau] en hetgeen een kind kan met ondersteuning en begeleiding door een volwassene [zone van nabije ontwikkeling]
Ieder kind doet dit door ontdekken, ervaren, exploreren, oefenen, uitproberen, herhalen, vallen en opstaan, kortom spelenderwijs.
Kinderen leren door zelf ervaringen op te doen en binnen hun opvoeding moeten zij daar dus de gelegenheid voor krijgen.
Opvoeders en eventuele andere kinderen, die verder in die ontwikkeling zijn, helpen het kind zich het eigen maken van de volgende stap in de ontwikkeling door ondersteuning, uitdaging, aanmoediging en begeleiding etc. De opvoeders bieden die activiteiten aan  die helpen bij het zich eigen maken van die zone van nabije ontwikkeling.
Op een goede manier opgroeien houdt ook in dat kinderen, naast alle positieve leersituaties, ook, onder begeleiding passend bij hun ontwikkelingsniveau, moeten leren omgaan met gevaar, problemen, uitdagingen en situaties waarin deze kunnen ontstaan.
De jongste kinderen leren voornamelijk door de ervaringen die zich op hun pad voordoen.
De jongste kinderen leren met hun gehele lijf en door al hun zintuigen te gebruiken. [totale betrokkenheid]  
Kinderen leren door te handelen, uit te proberen en door te ontdekken.
Kinderen leren, naast dat zelf doen, ook door naar elkaar te kijken, door te zien hoe of anderen het doen en dit na te doen [observeren en imiteren].
Kinderen leren door positieve interactie met hun leefomgeving en volwassenen. Naarmate kinderen ouder worden, wordt de bijdrage van andere kinderen belangrijker aan hun ontwikkeling.
Kleine kinderen leren door herhaling, in kleine stapjes, door kleine veranderingen, door variaties op hetzelfde thema en door uitdagingen hierin zelf op te lossen. Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen, ontplooien en groeien, zullen zij zelf steeds beter in staat zijn hierin hun eigen tempo, groei en de benodigde stappen mede te bepalen.
Kinderen leren beter als er uitgegaan wordt van hun eigen ontwikkelingsniveau en ingegaan wordt op hun interesses.
Kinderen leren door mee te helpen en mee te doen. Zij leren door verwoorden van ervaringen en belevingen. Het geven van woorden aan hun innerlijke wereld en de wereld om hen heen, door ervaringen te uiten en er vorm aan te geven.
Kinderen leren zowel door zaken te doen, als door visuele en mondelinge informatie overdracht.

De manieren van leren breiden zich uit naarmate het kind zich verder ontwikkeld. Experimenteren en bewust oefenen van het zich eigen maken van een vaardigheid en door mondelinge, visuele en schriftelijke informatie die zij bewust zoeken. Als het denkvermogen groeit hoeft een kind niet meer alles zelf eerst te proberen om er lering uit te trekken.
Naarmate kinderen verder groeien en rijpen krijgen zij voorkeur voor een bepaalde leerstijl, dromers, doeners, denkers, uitvinders en regelaars. Inspelen op de manieren waarop kinderen leren ondersteunt hen bij het zich verder ontwikkelen, groeien en ontplooien.    
Kinderen moeten zaken leren die nodig zijn om zich te kunnen ontwikkelen tot een goed, eerlijk, evenwichtig, gelukkig, creatief en zo zelfstandig mogelijk mens. In samenleven en in samenwerking met en in respect tot de ander.
Kinderen ontwikkelen en ontplooien zich evenwichtiger als hen een breed aanbod van positieve leerervaringen, op alle ontwikkelingsgebieden en op verschillende leerwijzes, wordt aangereikt. Binnen Rolykids worden alle zaken die zich voordoen gezien als leermomenten en dus als activiteiten.

Wij leven in een steeds gecompliceerder wordende maatschappij, die steeds andere en hogere eisen gaat stellen aan haar toekomstige deelnemers. Deze maatschappij laat zich nu nog niet kennen, dus is het niet mogelijk om nu te zeggen, welke eigenschappen en vaardigheden er in de toekomst nodig zijn.
Volgens ons betekent verzorgen en opvoeden: het begeleiden van een kind in de richting van een zich zo goed mogelijk ontplooiende en optimaal zijn capaciteit benuttende volwassene. Verder dat er een omgeving wordt gecreëerd, die het kind in staat stelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo te ontplooien, te ontwikkelen en te groeien.
Daarnaast is, binnen onze maatschappij, niet alleen de individuele ontwikkeling en ontplooiing van belang maar ook de ontwikkeling en ontplooiing op sociaal gebied. Kinderen leren samenleven met anderen en leren functioneren als lid van een groep. Ook hiervoor wordt een omgeving gecreëerd zodat het kind, oefenenderwijs op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo, kan leren samenleven met en in respect voor de ander.
Om goed te kunnen functioneren in onze maatschappij moeten kinderen de waarden en normen, welke wij van belang achten, leren. Binnen [de] Rolykids komen kinderen met kinderen en volwassenen met andere achtergronden in aanraking. Niet alleen hierdoor, maar ook door het bewust hanteren van waarden en normen, ontstaat een omgeving die kinderen de mogelijkheden biedt om zich,ook op dit gebied, te ontwikkelen, te groeien en te ontplooien.

 

Ons pedagogisch doel

Pedagogie binnen onze opvang houdt, volgens ons, dus in: de wijze waarop wij de leefomgeving van de kinderen vormgeven, de mogelijkheden die wij bieden om, spelenderwijs, te ontwikkelen, te ontplooien en te groeien. Ieder in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Een omgeving, die het kind uitdaagt om te ontdekken, die zowel tegemoet komt aan zijn individuele behoeften als aan het leren omgaan met en onderdeel zijn van groepen. Dit onder begeleiding van stimulerende volwassenen.
Wij denken dat het van wezenlijk belang is voor een kind de mogelijkheden van deze aangeboden omgeving te leren benutten. Dit start vanuit een warme, veilige, positieve en vertrouwde gehechtheidsrelatie met deskundige responsieve (een goed antwoord geven op de daadwerkelijke vragen en behoeftes van het kind) volwassenen. Deze relatie ontstaat niet vanzelf maar moet worden opgebouwd en de relatie, die zo kan ontstaan, groeit naarmate het kind zich verder ontwikkelt en ontplooit. Met de mogelijkheid altijd terug te kunnen vallen op deze relatie, deze relatie steeds verder los te kunnen laten en de opgedane ervaringen op een positieve manier tot onderdeel van zijn persoonlijkheid te maken. Naarmate een kind zich ontwikkelt, groeit en verder ontplooit zal deze relatie steeds meer aangepast worden aan de behoeften en noden van het steeds zelfstandiger wordende kind. Responsiviteit zal hierin van belang blijven maar het accent komt meer te liggen op de co-regulatie (in toenemende mate delen van verantwoordelijkheden in de opvoeding door opvoeder en kind).
Pedagogie binnen onze opvang houdt meer in dan het zo goed mogelijk bezig zijn met de individuele ontwikkeling. Wij leren kinderen om een zo volwaardig mogelijk lid van de maatschappij te zijn. Wij werken met en in groepen, om kinderen te leren samenwerken en samenleven en als lid van een groep te functioneren. Door kinderen te leren met elkaar te leven, samen te werken en elkaar te accepteren en respecteren komt er tevens een stuk integratie op gang. Zo zullen zij, volgens ons, later beter in staat zijn om echt samen te leven en een positieve bijdrage aan de maatschappij te leveren.
Om kinderen kennis te laten maken met andere waarden en normen, dan zij van thuis en school meekrijgen, creëren wij een leefomgeving waarin zij met deze andere waarden en normen, kennis kunnen maken en hierdoor kunnen groeien en ontwikkelen. Mede daardoor zullen zij, volgens ons, later beter in staat zijn om, met respect voor elkaar, een goed functionerend lid van onze maatschappij te zijn.
Leven binnen onze maatschappij en de cultuur waarin wij leven brengen gevaar en gevaarlijke situaties met zich mee. Rolykids vindt het belangrijk dat kinderen van jongs af aan leren omgaan met de gevaren die het leven met zich mee brengt. Het leren omgaan met gevaar wordt afgestemd op de leeftijd, de ontwikkeling en de mate van eigen verantwoordelijkheid van het kind en wordt zodanig vorm gegeven dat het te allen tijde verantwoord blijft.

 

Pedagogisch klimaat

Kinderen moeten zich prettig voelen, op hun gemak zijn, zich veilig en thuis voelen om zich goed te kunnen ontwikkelen en te kunnen groeien. Kortom kinderen moeten zich welbevinden om zich te kunnen ontplooien. Daarvoor is een goed en gezond pedagogisch klimaat binnen Rolykids belangrijk. Wij verstaan hieronder zowel de fysieke leefomgeving die wij creëren, als de handelingen die wij verrichten, als de professionele houding van de opvoeders. Dus een prettige, gezellige, “veilige”, sfeervolle en liefdevolle omgeving waarin, met respect voor elkaar, de meest optimale situatie wordt geschapen voor de verzorging, de ontplooiing, de groei en de ontwikkeling voor alle kinderen. In een goed pedagogisch klimaat leren kinderen de zaken die zij nodig hebben om zich, niet alleen goed te kunnen ontwikkelen op individueel niveau, maar, minstens net zo belangrijk, op sociaal niveau en als lid van de maatschappij.
Kinderen moeten, naast de intrinsieke motivatie die zij hebben om te willen groeien, ontwikkelen en ontplooien, een leef- en leer klimaat aangeboden krijgen dat hen uitdaagt en stimuleert om een volgende stap te zetten in hun ontwikkeling. Een goede balans tussen uitdaging en voorspelbaarheid en veiligheid zijn daarvoor van belang.
Wij denken dat  in het pedagogisch klimaat de volgende onderwerpen van belang zijn:

 

Professionele houding

Het is voor Rolykids belangrijk dat zij goed, bekwaam en deskundig personeel in dienst heeft. Het opvoeden van kinderen is een verantwoordelijke taak. Ook wil Rolykids verantwoorde opvang en een goede kwaliteit van verzorgen en opvoeden bieden. Opvoeden, opvangen en verzorgen van de aan ons toevertrouwde kinderen moet dus op een professionele en deskundige manier geschieden door vaste, vertrouwde, sensitieve groepsleiding. De manier waarop er in het primair proces wordt gewerkt, bepaalt voor een groot stuk de kwaliteit van onze opvang.
In de werkplannen wordt beschreven op welke manier de pedagogische medewerkers inhoud en vorm geven aan hun opvoedkundige kwaliteiten, kennis, vaardigheden en hun attitude. Eveneens wordt hierin beschreven op welke manier groepsleiding vorm geeft aan de verzorging en de opvang van de kinderen.
Naast de pedagogisch medewerkers kunnen ook anderen ingezet worden ter ondersteuning, hierbij de wet en regeling in acht nemend. Ook van hen wordt verwacht dat zij handelen conform de beschreven werkwijzen.
In de werkplannen wordt aandacht geschonken aan de manier waarop liefde en affectie wordt vormgegeven en de wijze waarop er gekeken wordt naar het individuele kind en de groep, er geobserveerd en geïnterpreteerd wordt. Aan de manier waarop pedagogisch medewerkers kinderen begeleiden in hun individuele ontwikkeling en de wijze waarop de communicatie met de kinderen plaatsvindt. Er wordt beschreven op welke manier zij vorm geven aan de relatie die pedagogisch medewerkers hebben met het individuele kind en met een groep kinderen. Evenals de manier waarop zij de interacties en relaties tussen de kinderen onderling begeleiden. Er wordt beschreven hoe de vertaling is van de manier waarop groepsleiding omgaat met leven en leren in en met een groep(jes) en de manier waarop de leefomgeving en de activiteiten vorm gegeven wordt [geven]. Tevens op welke wijze er “ruimte” gegeven wordt aan de individuele leerstijlen en behoeftes en de manieren van leren in en van een groep. Er wordt beschreven hoe de juiste omgeving wordt geschapen, interessante informatie wordt verstrekt, de juiste en stimulerende vragen gesteld die aanzetten tot nadenken enz.
Kortom hoe er gestimuleerd, gecommuniceerd, uitgedaagd, grenzen gesteld, ondersteund, veiligheid geboden, gerespecteerd, uitgelegd, gestructureerd, processen begeleid etc, wordt.
Niet alleen de manier waarop er vorm gegeven wordt aan dit alles, maar ook het voorleven en het voorbeeldgedrag van de medewerkers in het primair proces, zijn een belangrijk aspect in de opvoeding.
Kinderen leren veel, maar niet alleen van het voorbeeldgedrag van andere kinderen. Zij leren ook van dat van de volwassenen. De manier waarop de verzorgers met andere kinderen en volwassenen omgaan, de manier waarop er wordt begeleid, samengeleefd en samengewerkt beïnvloeden de opvoeding. Waarden en normen worden veelal op deze, impliciete, manier overgebracht.
Niet alleen een goede samenwerking met ouders is van wezenlijk belang, maar ook met de scholen waarvan de kinderen gebruik maken.
Respect, overleg en opvoedingsafstemming zijn noodzakelijk om tot een goede opvang en opvoeding van de kinderen te komen. Ook hiervoor geldt dat de manier waarop er met ouders en andere opvoeders wordt omgegaan en de manier waarop de opvoedingsafstemming inhoud wordt gegeven, door de kinderen als voorbeeldgedrag wordt ervaren.
In feite heeft alles wat er gezien en gehoord wordt, vaak meer invloed dan hetgeen er gezegd wordt.

 

Relaties

Als mens functioneren wij slechts in relatie tot andere mensen. Om onze eigen, specifieke en unieke bijdrage aan de maatschappij te kunnen leveren, moeten wij in de eerste levensjaren daarvoor de basisvaardigheden opdoen. Bij wat oudere kinderen worden deze basisvaardigheden verstevigd, uitgebreid en verdiept.
In de vroeg kinderlijke periode leren kinderen hoe relaties eruit moeten zien, wat de inhoud hiervan is en op welke wijze relaties vormgegeven worden. In deze tijd maken kinderen kennis met de waarden en normen van de samenleving en leren zij, door het voorbeeld dat zij krijgen, op welke manier er in onze cultuur samengeleefd wordt. Daarom zijn goede, liefdevolle, warme, positieve, open en eerlijke relaties tussen kinderen onderling, tussen kinderen en volwassenen en tussen volwassenen onderling van groot belang.
Kinderen leren deze zaken spelender- en oefenenderwijs, door erover te praten met elkaar en door het voorbeeldgedrag om hen heen.
Wij vinden dat respect voor elkaar, voor elkaars mogelijkheden en voor elkaars meningen en overtuigingen centraal moeten staan.
De eerste relatie die hierin belangrijk is voor een heel jong kind, is die met zijn opvoeder. Een sensitieve, responsieve relatie met de opvoeder stelt het kind in staat om zich veilig, vertrouwd, op zijn gemak en thuis te voelen, zodat het de ruimte ervaart om op te groeien. Van dichtbij steeds iets meer afstand nemend van deze volwassene, gaat het kind de wereld om hem heen ontdekken. Met andere volwassenen en individuele kinderen worden relaties geleerd en aangegaan. Vervolgens leert een kind in een klein groepje functioneren en op deze manier leven in en deel uitmaken van groepen. Daarna komt de fase waarin het kind leert leven in grotere groepen en gaan leeftijdsgenoten een steeds belangrijkere invloed op het kind uitoefenen.
Ook dit gaat onder begeleiding van de volwassenen die dit leef- en leerklimaat begeleiden  en mee helpen vormgeven.
In de loop van de ontwikkeling van het kind verandert ook de relatie tussen opvoeder en kind. De relatie blijft positief, warm en liefdevol maar er vindt een accentverschuiving plaats van gehele verantwoordelijkheid van opvoeder naar een meer gedeelde situatie [co-regulatie].
Wij vinden dat de inbreng van de kinderen in relaties van wezenlijk belang is.
Door de sfeer binnen de groepen zodanig te maken dat er voor kinderen de ruimte ontstaat om relaties met elkaar te krijgen en te behouden, bieden wij de kinderen de mogelijkheid spelenderwijs te oefenen met relaties.
 Wij vinden dat het leefklimaat en de geboden activiteiten zodanig moeten zijn dat zij de relaties tussen kinderen stimuleren en activeren en hen, ook hierin, positieve ervaringen bieden.
De leiding respecteert relaties en probeert, zoveel als mogelijk, de kinderen zelf de inhoud van die relaties te laten bepalen.

 

Waarden en normen:

Om zo goed en zo volwaardig mogelijk te kunnen functioneren als lid van de maatschappij is het belangrijk om kinderen waarden en normen bij te brengen die wij goed en juist achten.
Binnen Rolykids komen kinderen in aanraking met andere waarden, normen en regels door hun contacten met andere kinderen en volwassenen. Door het creëren van een leefomgeving waarbinnen er respectvol omgegaan wordt met andere meningen en overtuigingen, leren wij kinderen beter om te gaan met afwijkende meningen en beter samen te leven.
Ouders leren hun eigen kinderen thuis de waarden en normen die zij van belang achten. Bij verschillen van inzicht is het van belang hierover met ouders te praten.
Ook op school komen kinderen in aanraking met nog meer andere waarden en normen. Voor kinderen in de leeftijd waarop zij naar school gaan wordt communicatie hierover tussen de verschillende opvoedsituaties steeds belangrijker.
Binnen Rolykids wordt vanuit de volgende waarden gewerkt:
•    Liefde. Wij houden van mensen, groot en klein.
•    De mens is goed zoals hij/zij is, maar kan zich altijd verbeteren. Iedereen heeft recht op zijn eigen ontwikkeling in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier.
•    Respect voor het individu: je bent wie je bent en wij gaan uit van alle mogelijkheden i.p.v. alle onmogelijkheden.
•    Respect voor de ander: jij bent wie je bent en wij houden rekening met elkaar, zorgen voor elkaar en hebben oog voor de noden en mogelijkheden van de ander.
•    Respect voor relaties: voor ons bestaat het “medemens” zijn, alleen in relatie tot anderen. In relaties komen wijzelf en de ander tot bloei en ontwikkeling. Wij hebben elkaar nodig om een zinvolle bijdrage aan de maatschappij te leveren.
•    Respect voor de leefomgeving zowel op materieel, immaterieel gebied als milieu en maatschappij: wij zijn ons bewust van het feit dat we zorgvuldig om moeten gaan met al deze zaken. Alles is beperkt en eindig en ook na ons zullen toekomstige generaties gebruik willen maken van een goede en leefbare omgeving, milieu en maatschappij.
Deze waarden zijn voor ons de meetlat waarlangs de beslissingen die wij nemen worden afgemeten. De normen die wij hanteren zijn daardoor, bijna vanzelfsprekend, duidelijk.
.

Respect:

Voor het individuele kind: ieder kind mag zich in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier ontplooien, ontwikkelen en groeien op alle ontwikkelingsgebieden. Kinderen leren, spelenderwijs, hun eigen mogelijkheden, vaardigheden en capaciteiten (verder) te ontwikkelen en andere vaardigheden en nieuw gedrag te ontplooien. Door, in spel, te oefenen, uit te bouwen, te variëren en te perfectioneren leren kinderen zich nieuwe zaken eigen maken. Hiermee leren zij ook de manier waarop zij, later, andere uitdagingen zich eigen kunnen maken.
Naarmate een kind zich verder ontwikkelt zal zijn eigen verantwoordelijkheid en de manier waarop een kind aangesproken wordt op zijn daden, veranderen.
Wij spreken ieder kind aan op zijn eigen mogelijkheden. Door kinderen te leren kijken naar mogelijkheden, vaardigheden en capaciteiten denken wij ook een stuk integratie te bevorderen.
Wij gaan uit van de activiteiten en behoeftes die ieder kind zelf aandraagt. Daarnaast bieden wij activiteiten aan waarvan wij denken dat ze goed aansluiten bij datgene waar het kind mee bezig is, of volgens ons, aan toe is [de zogenaamde zone van nabije ontwikkeling].
Wij sluiten aan bij de behoefte aan autonomie van het kind. Het kind geeft aan wat zijn/haar behoefte aan afstand of “dichtbijheid” is.
Door een goede professionele relatie, die de pedagogisch medewerker aangaat met het kind, bieden wij het kind in iedere ontwikkelingsfase en op ieder ontwikkelingsniveau datgene dat het nodig heeft om zich, verder, te kunnen ontwikkelen, te groeien en ontplooien.

 

Voor relaties tussen kinderen: kinderen leren heel veel van elkaar en met elkaar. Zij kijken naar elkaar, observeren elkaar, imiteren en competeren met elkaar. Zij oefenen, spelenderwijs, hoe met elkaar en in respect voor elkaar samen te leven.
Door de aanwezigheid van bekende en vertrouwde kinderen leren kinderen al vroeg vaardigheden ontwikkelen in het omgaan met en aangaan van relaties met elkaar. Door de begeleiding en stimulering van de groepsleiding leren zij delen, samenwerken, zich inleven in een ander, elkaar helpen, conflicten oplossen, communiceren met elkaar, opkomen voor elkaar, etc.
In latere ontwikkelingsfases worden kinderen een steeds belangrijker referentiekader voor elkaar. Ook hierin is voor de groepsleiding een belangrijke rol in de begeleiding weggelegd.
Wij vinden dat kinderen elkaar (mede)opvoeden. Door, als volwassenen, de dingen die er tussen kinderen gebeuren serieus te nemen, kinderen zaken met elkaar te laten oefenen, door redeneren en uitleggen en door kinderen zelf een steeds toenemende mate van verantwoordelijkheid te bieden, bereiden wij kinderen op een goede manier voor op samen leven.

 

Voor de relatie tussen volwassenen en kind(eren): in deze relatie is van beide kanten inbreng. De opvoeders zijn verantwoordelijk voor het welzijn en welbevinden van ieder kind. Niet alleen het bieden van veiligheid, maar ook de begeleiding, stimulering en de algehele manier waarop de groepsleiding vorm geeft aan de relatie, zijn hierbij van belang. Groepsleiding bepaalt, zeker voor het heel jonge kind, voor een groot deel, de inhoud en vorm van deze relatie. Naarmate het kind ouder wordt en zich verder ontwikkelt, heeft het kind een steeds groter wordend aandeel in de vorm en inhoud van deze relatie.

 

Voor de relaties tussen volwassenen:door de manier waarop wij inhoud en vorm geven aan de relaties tussen volwassenen binnen Rolykids leren wij kinderen hoe het hoort. Iedere volwassene heeft een voorbeeldfunctie voor alle kinderen. Kinderen leren nl. ook door naar het gedrag van de volwassenen te kijken.  Niet alleen de onderlinge samenwerking tussen de medewerkers, maar ook de manier waarop wij met ouders en met  medewerkers van scholen omgaan, is hierbij van belang. Door de manieren waarop wij invulling geven aan opvoedingsverantwoordelijkheid en -afstemming met andere opvoedsituaties tonen wij, mede, ons respect voor relaties.

 

Activiteiten: alle zaken [variërend van verschonen, tot voorlezen, van de gezamenlijke maaltijd tot buitenspelen in de regen, van kinderoverleg tot kleien, van ruzie leren maken tot het weggooien van glasafval] die zich binnen de opvang voordoen worden gezien als activiteit. Immers alles is een leermoment en een mogelijkheid om te groeien, te ontwikkelen en te ontplooien en wordt op deze manier benaderd en aangeboden door de pedagogisch medewerkers.

 

Groep

Opvoeden/leven in en met de groep:

Wij verzorgen, voeden en vangen kinderen op in groepen. Dit biedt kinderen extra mogelijkheden om vaardigheden in het omgaan en samenleven met anderen te ontwikkelen. Het samen zijn met vertrouwde en bekende leeftijdsgenootjes draagt, ook al op heel jonge leeftijd, bij aan het gevoel van welzijn en welbevinden door de veiligheid die dit kan bieden.
Binnen de dagverblijven van Rolykids werken wij in clusters. Een baby[tot 24 maanden]- en een peutergroep [vanaf ongeveer 21 maanden tot 48 maanden] die bij elkaar horen. Baby’s gaan over naar de bijbehorende peutergroep, het pedagogisch handelen van beide groepen is op elkaar afgestemd en er kunnen activiteiten gezamenlijk worden aangeboden.
Kinderen tussen de 0 en 2 jaar zijn vooral gericht op hun eigen individuele ontwikkeling en zijn veel individueel bezig en hebben daarvoor, naast een goede relatie met de opvoeders, rust en ruimte nodig. Een rustige omgeving, ingaan op de eigen behoeften, ritmes en regelmaat van het individuele kind zijn belangrijk. In deze leeftijd is, naast geborgenheid, ook de ruimte krijgen om de wereld te gaan leren kennen van belang. Er is veel aandacht voor de verzorging. De activiteiten die nodig zijn om kinderen goed te verzorgen zullen, naast het verzorgende aspect, altijd een pedagogische kant hebben. Dit zijn de voornaamste momenten voor het opbouwen en verder verdiepen van  de relatie tussen opvoeder en kind, voor de individuele aandacht, het stimuleren en de begeleiding.
Vanzelfsprekend is veiligheid op de babygroep een belangrijk aspect. Zowel emotioneel als fysiek is een veilige omgeving voor kleine kinderen noodzakelijk om zich goed te kunnen ontwikkelen.
Kinderen tussen de 2 en 4 jaar richten zich steeds meer op hun leeftijdgenootjes. Dit vangt aan met een heel beperkt aantal kinderen en hele kleine groepjes. Het kijken naar andere kinderen, het imiteren en de interactie met andere kinderen, het deel zijn van een groep, de rol in de groep en het deelnemen aan groepsactiviteiten geeft de kinderen de mogelijkheden om zich ook op dit gebied te ontwikkelen en te groeien. Zaken van elkaar leren, samen dingen doen, zorgen voor elkaar, samenwerken, samenspelen, communicatie met elkaar, leren delen, vriendschappen, elkaar helpen, omgaan met conflicten en het leren zich in een ander in te leven zijn zaken die het best in een groep[je] geoefend en geleerd kunnen worden.
Naast het ingaan op de behoeften, die er op dit gebied vanuit de kinderen geuit worden, bieden wij ook activiteiten aan waarvan wij denken dat deze bijdragen aan de ontwikkeling van de kinderen. Activiteiten die bijdragen aan een beter groepsklimaat zijn ook onderdeel van het aanbod. Een aantal van deze activiteiten zullen voor de gehele groep aangeboden worden, veelal zal dit meer in kleine groepjes gebeuren.Groepsleiding speelt een belangrijke rol bij de groei van de kinderen op dit gebied. Wij leiden de interactie tussen de kinderen in goede banen en creëren een veilig leef- en leerklimaat waarbinnen kinderen deze vaardigheden kunnen oefenen, waarbij er een constante en heldere afweging gemaakt wordt tussen de belangen van het individuele kind en het groepsbelang. De manier waarop pedagogisch medewerkers vorm en inhoud geeft aan deze zaken draagt bij aan de manier waarop kinderen dit leren en zich eigen maken.
Voor kinderen vanaf 4 jaar gelden, in principe, dezelfde uitgangspunten. Andere kinderen worden steeds belangrijker. Kinderen richten zich meer op elkaar en leren steeds meer van en met elkaar. De inbreng van de groepsleiding komt te liggen op uitleggen en redeneren. Meer afstand maar nog steeds met emotionele betrokkenheid, meer zelfstandigheid voor het kind en het delen van verantwoordelijkheden met het individuele kind en de groepjes waarin zij functioneren.

 

Leefomgeving

Wij vinden de leefomgeving een belangrijke opvoedingsfactor. De leefomgeving bestaat niet alleen uit de fysieke omgeving (gebouwen en buitenruimten) maar omvat ook het leef en leerklimaat en de speelspullen en materialen.
Door onze gebouwen en buitenruimten zodanig in te richten dat zij voldoen aan alle wet en regelgeving en onze eigen eisen en inzichten, hopen wij een goede, stimulerende, veilige, vertrouwde, warme en sfeervolle omgeving te creëren.
Onze buitenruimten zijn, naast het doen van alle activiteiten die ook binnen gedaan worden, vooral ook voor het stimuleren van allerlei groot motorische activiteiten. En voor het doen van die activiteiten die binnen niet zo goed kunnen plaatsvinden.
Voor kinderen die opgroeien in Rotterdam vinden wij het belangrijk om, naast de ruimtes en buitenruimten in ons eigen beheer, ook nog breder de omgeving te benutten. De parken, de natuur, de woonomgeving, het leefklimaat e.d kunnen wij betrekken bij de opvoeding van de kinderen.
Door een leef- en leer omgeving te creëren die kinderen “veiligheid” biedt, hen de vrijheid geeft om zaken uit te proberen en te ervaren en hen de mogelijkheid biedt om zich thuis te voelen, op hun gemak te zijn en zich wel te bevinden draagt de opvang bij aan het zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen en ontplooien en groeien.

 

De fysieke leefomgeving

 In ruimten waar kinderen mogen komen, moeten ook alle kinderen kunnen komen. Zij zijn kind specifiek ingericht, voor de doelgroep die gebruik maakt van die ruimten. Ruimtes zijn zodanig ingericht dat er voor gelegenheid geboden wordt tot ontwikkelen, groeien en ontplooien voor de kinderen en groepen die gebruik maken van die ruimten. Niet altijd en overal zullen alle aanwezige zaken te allen tijde voor alle kinderen en voor alle ontwikkelingsniveaus toegankelijk zijn.
De ruimten en de inrichting ervan, stimuleren tot spel, zij dagen uit tot ontdekken en exploreren. De inrichting van de ruimten wordt af en toe veranderd, zodat er een andere kijk op, of hernieuwd gebruik van wordt gemaakt. Inrichtingen en ruimten veranderen echter niet zo vaak dat dit tot gevolg heeft dat kinderen zich niet meer vertrouwd of thuis voelen. Vooral voor heel jonge kinderen is een vertrouwde omgeving heel belangrijk. Kleine kinderen worden erg onrustig van veel veranderingen.
De mate waarin zowel de ruimtes en als de inventaris voldoende veilig zijn voor de kinderen die er gebruik van maken hangt af van de leeftijd en ontwikkeling van de kinderen. Wij zijn van mening dat kinderen moeten leren omgaan met gevaar en dit kunnen leren doordat zij in aanraking komen met gevaar dat gerelateerd is aan hun ontwikkeling en het niveau waarop zij functioneren.

Kinderen in de basisschoolleeftijd worden actief betrokken bij de inrichting van hun fysieke leefomgeving.
Binnen de leefomgeving zijn er plekjes waar ongestoord gespeeld kan worden, naast plaatsen waar het samenspel en de groepsactiviteiten plaats vinden. De inrichting en het gebruik van de ruimten wordt gebruikt om kinderen uit te dagen en de fantasie te prikkelen. Door kinderen zelf zaken te laten ontdekken wordt ook de creatieve ontwikkeling en het probleem oplossend vermogen van de kinderen gestimuleerd.
De basiskleuren van de binnenruimten en de verdere aankleding zijn rustig van toon. Ook akoestiek en licht zijn hierbij van belang. Details geven een sfeervolle leefomgeving mede vorm. De aandacht voor en de verzorging van het interieur draagt ook bij aan een sfeervolle uitstraling. Het tonen van gemaakte producten van de kinderen, foto’s, het betrekken van de natuur etc. dragen ook bij aan de sfeervolle omgeving. Bij oudere kinderen zullen hun ideeën over dat wat sfeervol is mede bepalend zijn voor de inrichting van hun eigen ruimten.
Om kinderen goed en gezond op te kunnen laten groeien is een hygiënische leefomgeving belangrijk. Schone ruimten en afspraken over het hygiënisch handelen zijn daarbij onontbeerlijk.     
Niet alleen voor de kinderen moeten de ruimtes voldoen aan onze wensen en de eisen vanuit de wet en regelgeving, ook degenen die er werken moeten een plek hebben om met plezier en vakkundig hun beroep uit te oefenen. Ook ouders, onderwijskrachten en bezoekers moeten zich welkom en op hun gemak voelen.
Planten, bloemen en dieren kunnen deel uitmaken van de leefomgeving. Hierbij wordt goed gelet op de veiligheid. Daarnaast is het, in verband met allergieën, niet mogelijk om dieren met vachten te houden op het terrein van Rolykids.

 

Het leef- en leerklimaat 
Naast de fysieke leefomgeving is ook het leef- en leerklimaat van groot belang in de opvang, opvoeding en verzorging van de kinderen. In een goed, vertrouwd en veilig opvoedingsklimaat voelen kinderen zich zo thuis en bevinden zij zich zo wel, dat zij de ruimte ervaren die zij nodig hebben om zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen.
Dit klimaat wordt voornamelijk geschapen door de professionele houding van de groepsleiding. Dit begint met het bieden van een sensitieve, responsieve relatie aan de heel jonge kinderen en kan uitgroeien, afhankelijk van de ontwikkeling van het kind, tot een warme relatie waarin co-regulatie centraal staat.
Het klimaat wordt ook geschapen door de mogelijkheden en stimulatie die de kinderen krijgen, om zich zowel op individueel gebied als op sociaal gebied te ontplooien, te ontwikkelen en te groeien. Door het respect dat er is voor het individuele tempo en de manier waarop ieder kind groeit en ontwikkelt. Door de ruimte die de groepsleiding de kinderen biedt om zich, spelenderwijs, allerlei opvoedingstaken eigen te maken en fouten te kunnen en mogen maken.
Kinderen moeten zaken zelf ervaren en uitproberen. Dit betekent ook dat zij om moeten leren gaan met situaties en materialen welke gevaar op kunnen leveren. Kinderen worden ook hierin dus begeleid.
Naarmate kinderen groeien en ontwikkelen en zich verder ontplooien moeten zij ook steeds meer ruimte ervaren en krijgen voor hun eigen inbreng en hun eigen zelfstandigheid. Hiermee samenhangend moet ook hun eigen verantwoordelijkheid voor eigen gedrag en de consequenties hiervan groeien.
Het leef- en leerklimaat wordt ook bepaald door het aanbod aan activiteiten en de manier waarop deze aangeboden worden.
Het wordt mede bepaald door kinderen respect voor anders denkenden te leren en door het empathisch vermogen van kinderen te stimuleren. Kinderen maken, naast de waarden en normen zoals deze binnen onze organisatie zijn, ook kennis met de waarden en normen in de samenleving. Ook door het leven in en met een groep, leren zij deel uit te maken van de samenleving.
Mede door de sfeer die er in de opvang heerst en met het doen van activiteiten die veel mensen thuis ook doen (huishoudelijke zaken, boodschappen doen e.d.) dragen wij bij aan een warme en sfeervolle leefomgeving.
Voor de opvang van kinderen in de basisschoolleeftijd is de tijd, die zij doorbrengen in de opvang, in principe hun eigen vrije tijd. Het is dus van belang dat de sfeer die er heerst dit ook uitstraalt. De inbreng en bijdrage van de kinderen zelf, is hierin dus van cruciaal belang.
Bij de jonge kinderen dragen de volwassenen voornamelijk de verantwoordelijkheid voor een goed leef- en leerklimaat. Naarmate kinderen ouder worden en zich verder ontwikkelen, wordt hun verantwoordelijkheid en hun bijdrage hierin steeds belangrijker.
Bekende en vertrouwde kinderen en duidelijke heldere regels over omgaan met elkaar en de waarden en normen van waaruit wij werken, bieden veiligheid en een klimaat waarbinnen spelenderwijs geleerd wordt samen te leven.
Kinderen behoren tot een basisgroep die maximaal 20 kinderen groot is.
Wij vinden het belangrijk dat kinderen, ouders en onderwijskrachten zich welkom voelen op de groepen. Ook is een goed werkklimaat belangrijk voor een goede professionele houding van de groepsleiding.
In een grote stad als Rotterdam is weinig natuur voor handen. Wij vinden het belangrijk om de kinderen te betrekken bij de natuur en het milieu en hen respect hiervoor bij te brengen.

 

Speelspullen

Kinderen ontwikkelen zich spelenderwijs. Kinderen leren door spel en spelen, door oefenen, uitproberen, fouten maken en nogmaals opnieuw uitproberen, waarbij er, afhankelijk van hun groei en ontwikkeling, ook een groei in het dragen van eigen verantwoordelijkheden ontstaat. Omdat kinderen dit veelal door middel van spel, oefenen en spelen doen is het belangrijk dat zij voor ieder ontwikkelingsgebied en voor alle niveaus, die voorkomen binnen [de] Rolykids, voldoende materialen en (speel)spullen tot hun beschikking hebben.
Voor de heel jonge kinderen zijn speelspullen, spelmaterialen en “levensechte” voorwerpen vooral van belang. Voor oudere kinderen worden gebruiksvoorwerpen steeds belangrijker. Naast zichzelf zijn andere kinderen, de volwassenen, de ruimten en inrichting ook speelspullen. Diverse materialen, speelgoed, gebruiksvoorwerpen en boeken horen daar ook bij. Naast het, traditionele, speelgoed hoort ook levensecht materiaal, kosteloos materiaal en natuurlijk materiaal bij de speelspullen die er binnen Rolykids zijn. Materialen en spullen voor ieder ontwikkelingsgebied en voor ieder ontwikkelingsniveau. Ook heel jonge kinderen kunnen zelfstandig speelspullen en materialen pakken. Speelspullen worden regelmatig afgewisseld zodat het spannend en uitdagend blijft.
Voor oudere kinderen is inspraak en beslissingsmogelijkheden voor aanschaf van spullen belangrijk.
Het feit dat kinderen zaken moeten leren door ze te ervaren en uit te proberen houdt ook in dat er niet alleen kant en klare spullen aanwezig zijn. Ook zaken die gevaar kunnen opleveren kunnen tot de speelspullen gerekend worden. Naast speelspul dat de creatieve ontwikkeling en het probleemoplossend vermogen stimuleert, ook speelspullen die stimuleren, uitdagen, die uitnodigen tot ontdekken en exploreren.
Spel en ander materiaal waar kinderen zelfstandig mee mogen spelen moet voldoen aan de veiligheidsnormen. Bij het bezig zijn met speelspullen die niet voldoen aan deze normen of bij materialen die gevaar op kunnen leveren, is, bij jonge kinderen altijd groepsleiding aanwezig. Over dergelijke zaken, materialen en activiteiten voor oudere kinderen worden  afspraken gemaakt. Met de oudste kinderen worden dit soort afspraken samen met hen zelf gemaakt.
Wij vinden het belangrijk dat er goede afspraken gemaakt worden over gebruik en misbruik van materialen. Daarnaast zijn ook afspraken over hygiëne belangrijk.

 

Integratie

Binnen de Rotterdamse situatie neemt Rolykids een voortrekkersrol in met betrekking tot de integratie van kinderen met extra zorgbehoefte binnen de reguliere kinderopvang. Voor ons hebben alle kinderen recht op een eigen ontwikkeling, in het eigen tempo op de eigen manier en maakt het hierin niet uit of je wel of geen extra zorg nodig hebt. Ieder kind heeft dus recht op een plekje in de groep. Soms hebben extra zorg kinderen wel extra randvoorwaarden nodig om te kunnen functioneren binnen de opvang. Wij willen, in ieder geval, al het mogelijke doen om ieder kind, op zijn minst, mee te kunnen laten beleven wat anderen doen.
Voor het kind met extra zorgbehoefte krijgt het weerbaarder maken en het leren van en samenleven met andere kinderen, meer aandacht. Voor kinderen, zonder extra zorg, ligt het accent juist meer op respecteren van anders zijn en leren zien van andere mogelijkheden. .
Omdat wij in een gemêleerde samenleving leven, vinden wij dat ook op andere gebieden, zoals o.a. levensopvattingen en -overtuigingen en geaardheid, binnen Rolykids plek en respect moet zijn. Ruimte voor anders zijn en voor andere opvattingen, respect voor andere waarden en normen.
Wij geloven dat jonge kinderen uit zichzelf niet op het idee komen dat alles wat “anders” is, ook raar of gek of niet goed zou zijn. Gewoon samen in de groep, samen leren, samen leven, zo gewoon mogelijk. Voornamelijk door het voorbeeldgedrag van de opvoeder leren jonge kinderen dit.
Bij oudere kinderen is er niet automatisch meer sprake van vanzelfsprekende acceptatie en zal het accent meer liggen op een goede begeleiding hierin en zaken meer met elkaar be- en uitspreken.
Op welke manier er in het dagelijks handelen vorm gegeven wordt aan de geïntegreerde opvang is afhankelijk van de situatie van de opvang en de kinderen die er opgevangen, verzorgd en opgevoed worden.
Een verdere uitwerking van de pedagogische aspecten op het gebied van de integratie van extra zorgbehoefte kinderen is, naast de pedagogische werkplannen nog te vinden in het integratie beleid (4.2.6).

De pedagogische werkplannen, dus de uitwerking van het beleid in het dagelijks handelen, zijn onlosmakelijk verbonden met dit beleid en omvatten de volgende hoofdstukken:

Tot 4 jaar:
•    Activiteiten
•    Belonen
•    Buitenspelen
•    Cluster
•    Dagritme
•    Emoties
•    Groepen, klimaat en processen
•    Leefomgeving
•    Professionele houding
•    Relaties en sociale contacten
•    Spelen
•    Stimuleren ontwikkelingsgebieden
•    Veiligheid
•    Voeding
•    Waarden en normen
•    Zelfredzaamheid en zelfstandigheid
 
Vanaf 4 jaar:
•    Activiteiten
•    Belonen
•    Buitenspelen
•    Dag- en vakantieprogramma
•    Emoties
•    Groep
•    Leefomgeving
•    Participatie
•    Professionele houding
•    Regels en afspraken
•    Relaties en sociale contacten
•    Spelen
•    Stimuleren ontwikkelingsgebieden
•    Veiligheid
•    Voeding
•    Waarden en normen
•    Zelfredzaamheid en zelfstandigheid

 

(versie 20 juni 2011)